je doelen smart maken met de 5 W vragen

Om te groeien als persoon en in je vaardigheden, moet je doelen stellen. Bijna iedereen weet dit, maar toch is het voor velen lastig om daadwerkelijk goede doelen te stellen. Dit komt doordat de doelen vaak niet concreet of haalbaar genoeg zijn. Om écht goede doelen te stellen, kun je het beste de SMART-methode gebruiken. Deze bewezen manier helpt om je doelen goed en duidelijk te formuleren, waardoor je ze ook daadwerkelijk kunt halen. Maar hoe kun je doelen smart maken? In dit artikel leggen we het je uit.

SMART staat voor: specifiek, meetbaar, acceptabel, realistisch, tijdsgebonden. Je doelen SMART maken zorgt ervoor dat je ze ook uiteindelijk gaat behalen:

De 5 W-vragen

Met de SMART-methode stel je de 5 W-vragen over jouw doel:

  • Wat wil je bereiken?
  • Wie of wat is erbij betrokken?
  • Waar gaat het gebeuren?
  • Wanneer gebeurt het?
  • Waarom wil je het bereiken?

Specifiek: wat wil je bereiken?

De S in SMART staat voor specifiek. Dat is dan ook de eerste stap in het opstellen van SMART doelen. Vage of algemene doelen zorgen vaak voor verwarring, waardoor het lastig is om ze te halen. Door een doel specifiek te maken, weet je precies wat je wilt bereiken en welke acties daarvoor nodig zijn. In plaats van “ik wil fitter worden” maak je het doel specifieker: “ik wil drie keer per week een half uur hardlopen”. Hiermee heb je duidelijk omschreven wat je wilt doen en hoe je het doel gaat behalen.

Meetbaar: wanneer wil je het bereikt hebben

Een goed doel moet ook meetbaar zijn. Dat is waar de M in SMART voor staat. Dit gebruik je om te bepalen wanneer je doel bereikt is. Een meetbaar doel zorgt ervoor dat je weet hoe ver je in het proces bent en of je je strategie moet aanpassen. In plaats van dat je zegt “ik wil meer sparen” wordt je doel dan “ik wil binnen drie maanden 1000 euro sparen”. Zo weet je exact waar je naartoe werkt.

Acceptabel: is het haalbaar?

Je doel moet natuurlijk ook acceptabel zijn. Hiermee wordt bedoeld dat het realistisch en haalbaar is, maar wel voldoende uitdaging geeft dat je gemotiveerd raakt. Een makkelijk doel zorgt ervoor dat je motivatie verliest, omdat het te simpel is. Een te ingewikkeld doel zorgt ervoor dat je gefrustreerd raakt, waardoor je ook de motivatie verliest. Als je nu het doel zet om binnen een maand een marathon te kunnen rennen, terwijl je nog nooit hebt hardgelopen, is dat natuurlijk niet haalbaar. Zorg er dus voor dat het te halen valt.

Realistisch: is het doel uit te voeren?

De R in SMART staat voor realistisch. Is het doel te behalen als je het hebt over de middelen, tijd en omstandigheden? Een realistisch doel houdt hier dus rekening mee. Als je een drukke baan hebt, is het natuurlijk niet haalbaar om elke dag uren door te brengen in de sportschool. Een realistischer doel is om drie keer per week een uur te sporten. Kijk dus goed naar je huidige middelen en beperkingen en beoordeel op basis daarvan of het doel haalbaar is.

Tijdsgebonden: wanneer wil je het bereiken?

De T in SMART staat voor tijdsgebonden. Dit betekent dat je er een deadline aan vastzit. Een tijdsgebonden doel heeft dus een einddatum waar je naartoe kunt werken. Zo voel je meer motivatie om het voor die tijd af te hebben. Zonder een deadline is er geen druk om te presteren en kunnen taken dus steeds uitgesteld worden.